Onderwijs

Column: Schitterend

Woordenschat.
Voorlezen.
En de relatie.
Daar is al veel over gezegd, geschreven.
Mooier dan de situatie met Mustafa is nauwelijks denkbaar.

Tijdens een, reguliere, uitleg van een taaloefening, gebruikt zijn juf in haar uitleg het woord zelden. Mustafa kijkt bedenkelijk, kijkt rond en besluit zijn vinger omhoog te steken.
“Juf, wat is dat. Zelden ???”
Haar uitleg stelt hem gerust.
Aan het einde van de morgen blijkt waarom.
“Jongens, ik ga de laatste tien minuten nog even voorlezen. Dus …. stil zijn!”
Mustafa buigt zich naar voren en zegt, duidelijk hoorbaar tegen een tafelgenoot, legendarische woorden.
“Ze gaat voorlezen, echt. Dat doet ze …. zelden. Echt wel”.
Kijk, dat is nu eens een gratis context, een vrij gebruiksmoment.

Schitterend…

Jos Boerema

Column: Dit gun ik zelfs mijn ergste…

Ieder kind een voorlezende ouder, broer of zus.

Dat is mijn wens voor het nieuwe jaar.

2012. Alweer … !!

Een meta-analyse van 33 internationale voorleesonderzoeken wijst uit dat 0- tot 6-jarige kinderen die worden voorgelezen, vaardiger lezers worden dan leeftijdsgenootjes die niet zijn voorgelezen.

Voorlezen blijkt 8% van de verschillen in de groei van woordenschat, ontluikende geletterdheid en beginnende leesvaardigheid te kunnen verklaren.

Het maakt niet uit of kinderen uit milieus met een lage, gemiddelde of hoge economische status komen – de positieve invloed van voorlezen geldt in dezelfde mate. Wel wordt het effect minder krachtig naarmate kinderen ouder worden. Ze hebben vooral voor de eerste jaren van het taal- en leesonderwijs baat bij voorlezen. De onderzoeken van Bus (1994) en Mol (2010) laten dit effect onomstotelijk zien.

Mooi. De bal is nu aan scholen, leerkrachten, begeleiders, buren, vrienden.

Naast de beschreven cognitieve effecten heeft het voorlezen, samen lezen natuurlijk ook een sociaal aspect. 1 op 1, samen doen, samen beleven, lachen, nadenken.

Dit zou ik ieder kind gunnen.

Jos Boerema

Column: Cijfers en letters

Meisjes presteren op alle talige onderdelen beter dan jongens.
Als ik dit onderzoek lees, CITO PPON 2010, ben ik altijd blij dat ik drie dochters heb en een zoon….
Gekheid natuurlijk, het geeft wel te denken.
Zeker op spelling en begrijpend lezen zijn de verschillen duidelijk, aanwijs- en herkenbaar, significant.
Het verschil tussen meisjes en jongens ontstaat al vroeg.
In groep 4 al zijn de verschillen duidelijk.

Maar wat betekent dit nu precies?
Of zijn het slechts losse flodders, mooie mediatermen van iets wat niet zo heel erg belangrijk is.
En … en.
Leerkrachten zullen dit moeten weten. Of, logischer, als ze dit weten, hier naar handelen.
Andere vragen, andere instructie, andere verwerking, andere terugkoppeling, andere verbindingen.
Minder taalvaardig is het teken om meer taal te geven.
Aan de andere kant, hoe logisch ook, het verschil zal niet tot een tweedeling moeten leiden.
In de les, in de klas.
Gezamenlijke activiteiten geven voor leerlingen met een achterstand een gigantische proeftuin van taal. Gratis, voor niets.

Jos Boerema

Column: Een zo-maar vraag

Waarom zou je nog lezen?
Deze vraag stelde publicist Liesbeth Hop zich in een radio 1 bijdrage.
Ze kwam hierop na een bericht dat maar liefst 4 (vier!!) miljoen Britse kinderen geen enkel boek in huis zouden hebben.
1 op de 3 kinderen…
Dit bericht, hoe veelzeggend ook, verdween in de grote vraag van Hop.
Waarom zou je überhaupt nog gaan lezen?
Taalvaardigheid, woordenschat, kijk op de wereld, ontwikkeling van de fantasie?
Mooie redenen. Waar. Zeker.
En toch is dit niet, geheel, afdoende.

Ik moest erg denken aan een leesproject dat ik ooit begeleide in het voortgezet praktijkonderwijs.
De leerlingen, pubers, vonden lezen niets. Bagger. Onzin.
Sterker nog: het enige goede boek voor deze kinderen was … geen-boek.
Tot ze erachter kwamen dat het behalen van een bromfietscertificaat alleen kon, na het behalen van een examen.
Een examen met vragen.
Een examen met een lesboek.
Een lesboek met verhalen.
Eigenlijk een leesboek.

Natuurlijk heeft het hebben van een boek, het willen lezen van een boek, niet alleen te maken met het ontlenen van nut. Winstbejag. Voordeel.
Toch, toch, toch ….

Jos Boerema